De Cuba
| De Cuba bij de oude Scheldearm in Zevergem (april 2015). |
Opgetekend: 2016
En ik zag koeien, overal.
In april 2015 was ik met Jan, mijn zoon, zijn kleinzoon, in Zevergem, en ik sprak mijn vader over 'De Cuba'. 'Weet je wat,' zei hij, 'we gaan eens kijken'.
Hij liep nog op zijn pantoffels, maar het was mooi weer. De foto's zijn gedateerd: 18 april 2015. Enkele weken nadien zou mijn moeder ziek worden, en opgenomen in het ziekenhuis. Op 1 juli overleed ze in de afdeling Palliatieve Zorg. Mijn vader bezocht haar elke dag, en haar dood was een zware slag voor hem. Na haar overlijden zei mijn vader iets wat mij verraste: 'Ik heb niet genoeg voor haar gedaan.' Ik begreep dit niet. Had hij niet nét heel veel voor haar gedaan? Pas later wist ik wat mijn vader bedoelde. Hij had gelijk: hij had mijn moeder iets onthouden. Iets belangrijks. Uit vrees, uit gebrek aan moed, maar nooit uit boosheid.
Waarom 'De Cuba' zo heet, wist mijn vader niet, maar hij wist wel dat dit het was, en dat huisje had ook een geschiedenis die hij kende, maar die ik vergat.
Het was er mooi, daar aan die oude Scheldearm, maar een blauwe reiger vloog toen niet over. We keerden terug naar de boerderij en naar mijn moeder, mijn vader nog altijd op zijn pantoffels.
Lang geleden, in één van onze vele gesprekken over muziek, toen ik nog niet wist dat hij mijn vader was, sprak ik hem, in het enthousiasme dat hoorde bij mijn leeftijd, over Bob Dylan, die ik net had ontdekt. Hij polste eens bij Lieven Tavernier, want dat was toch een kenner van het genre, eigenlijk zelf een soort Dylan. Hij kwam met de geruststellende boodschap: Dylan werd goedgekeurd. Meer zelfs, volgens Lieven was hij de top.
Wel, in zijn genre toch, zal mijn vader erbij gedacht hebben.
O, in mijn dromen zag ik de Cuba telkens weer
De wereld is veel minder, de Cuba is veel meer.
Ik wil nog een keer naar de Cuba
met nonkel Walter aan mijn zij
Kijken naar de koeien
De tijd gaat nooit voorbij
voor nonkel Walter en voor mij.