Een gelukkige jeugd
Wat een dwaze gedachte. Ik wou het hebben over mijn gelukkige jeugd, maar wie kan nu geïnteresseerd zijn in een gelukkige jeugd? In de beroemde beginzin van Anna Karenina zegt Tolsoj: Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen manier. Ik was gelukkig in een ongelukkig gezin. Ik was een kind en ik had al snel door dat mijn ouders niet van elkaar hielden. Er was wel eens ruzie, hoewel ik mij daar niet veel kan van herinneren. Dit alles hield mij niet tegen om onbezorgd te zijn. Met mijn juridische vader had ik nauwelijks een relatie. Ergens voor mijn negende vroeg ik hem wat hij erger zou vinden: dat ik zou vallen en mijn knie schaven, of dat ik mijn broek zou scheuren. Mijn moeder zat het meest in met mijn knieën, maar mijn vader was van oordeel dat een schaafwonde wel weer geneest, een kapotte broek blijft een kapotte broek. Vanaf dan wist ik dat mijn moeder van mij hield, en mijn vader niet. Pas vele jaren later z...