Een gelukkige jeugd
Wat een dwaze gedachte. Ik wou het hebben over mijn gelukkige jeugd, maar wie kan nu geïnteresseerd zijn in een gelukkige jeugd? In de beroemde beginzin van Anna Karenina zegt Tolsoj:
Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen manier. |
Ik was gelukkig in een ongelukkig gezin. Ik was een kind en ik had al snel door dat mijn ouders niet van elkaar hielden. Er was wel eens ruzie, hoewel ik mij daar niet veel kan van herinneren.
Dit alles hield mij niet tegen om onbezorgd te zijn. Met mijn juridische vader had ik nauwelijks een relatie. Ergens voor mijn negende vroeg ik hem wat hij erger zou vinden: dat ik zou vallen en mijn knie schaven, of dat ik mijn broek zou scheuren. Mijn moeder zat het meest in met mijn knieën, maar mijn vader was van oordeel dat een schaafwonde wel weer geneest, een kapotte broek blijft een kapotte broek. Vanaf dan wist ik dat mijn moeder van mij hield, en mijn vader niet.
Pas vele jaren later zou ik horen dat die man mijn vader niet was. Wist hij het toen ook?
Men zou denken dat ik vele redenen had om ongelukkig te zijn, maar ik was het niet. Als ik aan mijn prille jeugd terugdenk, voel ik de warmte van de lange zomers, het ontdekken van de buurt, de straten rond mijn huis zonder doorgaand verkeer. De dagen duurden tot het donker werd. We kenden geen luxe - beperkt stromend water, één kolenkachel beneden, geen centrale verwarming, een heetwaterkruik voor de koude nachten, een toilet buiten, en een niet-aangelegde tuin die ik mocht ondergraven zoveel ik wilde. Twee huizen verder lag het kleine huisje van mijn grootouders, en je kon er achterom ook bij. Privébezit was nog niet heilig, je liep gewoon door de tuin van de buren, een afscheiding of heg was er niet. Dat huisje van mijn grootouders was een veilig nest, een haven van rust en liefde.
Toen ik een jaar of negen was, nam mijn moeder een moedig besluit en ging ze scheiden.
Er kwam er een man in mijn leven, zonder dat ik wist dat hij mijn vader was.
Ik mocht hem wel, en ik kon niet vermoeden dat hij mijn vader was. Ik kon boeiend met hem praten, over de actualiteit, politiek, hij leerde mij naar muziek luisteren, en gaf me leestips. Op een avond – het gebeurde zelden dat hij tot ’s avonds bleef – speelde ik met hem en met een vriend een spelletje tafelvoetbal, en er werd heel wat afgelachen. W. was goedgeluimd en maakte grapjes, en ik weet nog dat ik even voelde wat het zou zijn om een echte vader te hebben.
Mijn jeugd werd, zo na mijn tiende, gekenmerkt door de ontdekking van een vader; anderen verloren een vader.
Er was veel dat ik niet had, maar er was liefde en de aanmoediging om altijd je best te doen, 'uw devoren doen'. Ik kreeg de kans om naar een degelijke school te gaan, waar ik naartoe gebracht werd door mijn grootvader of door mijn moeder in een VW Kevertje. Ik 'deed mijn devoren', stichtte een mooi gezin, en werkte hard. We leefden zuinig en spaarden veel, en kregen kinderen om trots op te zijn - waar mijn vader ook trots op was.
De tijd van mijn jeugd vloog voorbij. Ik kan er alleen met warme gevoelens aan terugdenken.
Well my ship's been split to splinters and it's sinking fast(Dylan, Mississippi)
I'm drowning in the poison, got no future, got no past
But my heart is not weary, it's light and it's free
I've got nothing but affection for all those who sailed with me.
