È un sogno la vita (Afscheidsbrief) - Prediker 3

È un sogno la vita. "Als gij mijn vader niet zijt, wie ben ik dan?"
Nachtelijke wandeling in Vezelay, 31 januari 2016.

Mijn lieve vader,

Dit is mijn afscheidsbrief.

Weet je nog, ten tijde van je onvrijwillige ballingschap tussen 3 en 24 februari 2017, dat ik je vijf brieven schreef? Doorgaans 's morgens heel vroeg, vóór het huis tot leven kwam. Ik genoot van de eenzame stilte, met mooie muziek, iets wat me altijd aan jou zal doen denken.

Nu is dat ook zo, al is het niet in de ochtend, maar na de middag.
De muziek waar ik nu naar luister, is Ombra mai fujouw aria, al is het geen Fritz Wunderlich, maar een contratenor, zoals het hoort. Ik beeld me in dat ja knikt, maar dat je het er niet mee eens bent. Voor jou was er maar één tenor, en dat was Fritz Wunderlich.

Toen ik je na die drie lange weken afwezigheid terugzag in het rusthuis, op 24 februari, dacht ik: Mijn vader is gebroken. K. en J. waren mee, en K. is beginnen huilen toen hij jou daar zo zag zitten. Op 30 maart sprak je nog met de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en je was toen verbazend goed. De zondag voordien was ik bij jou geweest, en ik drukte je op het hart: "Zeg wat je wenst te zeggen, zeg wat je écht wil." Dat was - ik beken - mijn manipulatie. Hoe benoemen we dan de aanwezigheid van anderen op je kamer, vlak voor het bezoek van de rechter?

Je hebt de rechter gezegd dat je niets wou zeggen, maar je hebt tegelijk zeer veel gezegd. Je zei dat ik een 'vriendelijke en verstandige jongen' ben. En dat je veel vijanden ging maken. Achteraf heb ik je verzekerd dat je nooit mijn vijand zou zijn, omdat je mijn vader bent en omdat ik van je houd. De rechter heeft jouw bedekte smeekbede niet begrepen. Je durfde je niet uit te spreken, je vroeg of het gerecht in jouw plaats zou beslissen.

Ongeveer veertig jaar geleden vertelde je mij dat je mijn vader was. Ik was als aan de grond genageld. We zaten in jouw Mercedes 220, wat ik altijd een grote auto vond, maar nu vond ik die auto zo beklemmend klein, ik wou eruit springen en weglopen. Later vertelde je me dat je dacht dat ik het wel wist, heel de familie wist het al. Weet je dan niet wie in het oog van de storm zit, niet voelt dat de wind aanwakkert?

Ik vermoed dat je de brieven die ik je schreef, nooit hebt gekregen. In de periode van jouw ballingschap ging ik vaak naar de boerderij in Z., en ik stopte mijn brieven in de bus. Wat een dramatische tijd was dat. Er hing een briefje aan de deur, waarop stond dat je met 'vakantie' was. Het was veeleer een onvrijwillige ballingschap, zoniet een ontvoering, bedoeld om alle contact met mij onmogelijk te maken, je wilsonbekwaam te laten verklaren, jou te laten breken met je advocate en een nieuw kantoor onder de arm nemen dat veel deed, behalve dit: jouw belangen verdedigen. Dat heeft - achteraf - de rechter toch doorzien.

Ik sprak met de buren, belde naar de hulpverleners, ging naar je nieuwe huisarts, en sprak met M. Ik wist niet waar je was. Het was nog winter, bar koud en guur. Ik vroeg me af hoe je dagen eruit zagen, wat je deed, daar in dat piepkleine appartement zonder uitzicht, toen ik uiteindelijk te weten kwam waar je was. Toen ik je terugzag, drie weken later, zei je me spontaan dat 'die vakantie geen goed idee' was. De week voordien was je erg ziek geworden en moest je opgenomen worden in het UZ. Cognitief was je schrikwekkend snel achteruit gegaan. Een jaar voordien, in februari 2016, scoorde je nog 25 op 30, op 1 maart 2017 nog maar 4 op 30 op een veel gebruikte cognitieve screening. Het toont aan hoe nefast de druk was waaraan je werd blootgesteld.

In het rusthuis begon ik je dan mijn brieven voor te lezen. Eén zo een sessie heb ik zelfs gefilmd, ik weet niet goed waarom. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Je reageerde alert en warm, zo anders dan de laatste weken. Je sprak lovend over E., en je zei dat je G. 'eens onder handen moest nemen'.

Sindsdien ging het zo snel achteruit met jou, en het spijt me nu dat ik geen enkele keer, sinds je in het rusthuis was, heb gepraat over de rechtszaak. Omdat ik je niet wou bezwaren of verdriet doen, maar nu zit ik met zo veel vragen waarop ik nooit een antwoord zal krijgen. Ik moet het stellen met een herinnering aan ons laatste echt gesprek op woensdag 1 februari 2017, het was één van jouw laatste dagen in je geliefde Zevergem. Je was bedrukt maar helder: 'Als ze akkoord zouden gaan, was het al lang gedaan,' zei je toen. Ik vroeg je wat je zou antwoorden op de vraag of je instemt met de adoptie. je antwoordde toen fel: 'Ja dat wil ik.' Je wou ook naar de rechtbank gaan. Je stond al klaar met de oproepingsbrief, maar je had je een maand vergist. 2 februari in plaats van 2 maart. Twee dagen later werd je meegenomen. Op vakantie. Ik zou blij moeten zijn, maar ik wist wel beter: dat was geen vakantie.

Laatst - deze zomer - sprak ik met je, en je sloot je ogen. Het was een gebaar van iemand die innerlijk leed. Ik legde mijn hand op je arm, en je opende je ogen weer. Ik vroeg of je me iets wou zeggen, maar er kwam geen reactie. In je ogen zag ik een onpeilbaar verdriet. Ik dacht aan die keer in september vorig jaar, toen ik bij jou kwam, net terug van een reis naar Amerika. Je lag te slapen in bed, en ik ging naast je zitten op het bed. Je werd wakker en je nam mijn hand vast. Je begon te huilen, en je zei: "Mark - Ik heb zoveel verkeerd gedaan. Kunt ge me vergeven?"

Natuurlijk vergeef ik je, want je bent mijn vader. Jouw grootste zonde is zwakheid, maar je intentie was goed. Dat je veel mensen hebt gekwetst, was wat je wou vermijden, maar het gebeurde toch, onvermijdelijk omdat je geen duidelijke keuzes durfde te maken. Het is een kleine zonde.

Zoals ik zei op het sterfbed van mijn moeder, de vrouw van je leven, met wie je zestig jaar lang een relatie had, en waarmee je bijna veertig jaar hebt samengeleefd: "Wie om vergeving vraagt, wordt vergeven."

Mijn vader, misschien ben ik wel niet aanwezig op je uitvaart. Ik heb enkele kenmerken van jou geërfd, en één ervan is dat ik conflicten liever vermijd. Je kunt dit ook noemen: een gebrek aan moed. Het zou me ook te veel verdriet doen, en eigenlijk heb ik al afscheid van jou genomen. Maar vooral: ik wil geen toeschouwer zijn. Ik wou je mee ten grave dragen, als ook mijn vader. Tekst en muziek mee uitkiezen. En voorlezen uit Prediker, zoals we besproken hebben begin 2017.
Ik zei toen: "Er is een tijd om te doden, en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen." Je knikte, je kende het - de tekst staat op het doodsprentje van ma. Je wees naar de kast, waar het prentje moest staan, maar het was er niet, je had het laatste exemplaar meegegeven met iemand, zei je. Ik vroeg of ik de tekst mocht voorlezen op je begrafenis, en je knikte. Het is een tekst die ik ondertussen al vaak gelezen en herlezen heb, en die mij, die zich tot geen enkele godsdienst beken, het epitheton 'tsjeef' opleverde van een onwetende.

"Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug."

Amen.

16-7-2017

Alles heeft zijn tijd 

[Prediker 3]
Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren *
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.

Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben. Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.





**Voorts zag ik onder de zon naar de plaats des gerichts, daar was de boosheid! en naar de plaats der gerechtigheid, daar was de boosheid! Ik zeide bij mij zelven: 'Den rechtschapenen en den booze zal God oordelen; want voor elke zaak komt een tijd, en voor elk werk zal hij dáar zijn.' Ik zeide bij mij zelven: 'Het is om de menschenkinderen; opdat God hen schifte en opdat zij mogen zien dat zij slechts vee zijn', want het lot van de menschenkinderen en dat van het vee - een en hetzelfde lot hebben zij: de een sterft evengoed als de ander; zij hebben allen dezelfden adem, en de mensch heeft niets vóor boven het vee; alles is uit het stof, en alles keert terug naar het stof.'

* (Kleren) scheuren: openlijk rouwen.

Uit: Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. ** 
Voor vers 16 e.v. grijp ik even terug naar de (in onbruik geraakte) Leidsche Vertaling, omdat ik daar het woord 'boosheid' vind (en niet 'onrechtvaardigheid' zoals in de meeste vertalingen - wickedness in het Engels, méchanceté in het Frans), en zoals het ook verschijnt boven het gedicht Borms van Willem Elsschot:


En als muziek zou ik gekozen hebben:

No stars again shall hurt you van Henri Purcell.
Omdat When I'm laid in grave mij te pijnlijk is. Dan liever dit wondermooie stukje muzikale Tempest.

Passacaglia della Vita van Stefano Landi.
Misschien denk je aan de begrafenis van ma, maar ik kies het omdat het zo mooi is, en omdat het Italiaans, waar je zo van houdt, zo mooi klinkt. En omdat het zo waar is: Oh come t'inganni se pensi che gl'anni non hann' da finire, bisogna morire.
En omdat het leven een droom is: È un sogno la vita.

Ombra mai fu, van Händel, en gezongen door Fritz Wunderlich.
Omdat dit jouw aria is, va. Laat de felle zon, of wind of donder, je niet meer verstoren.

Sanctus - Missa Solemnis Je hield meer van Beethoven dan ik, va, maar over de Missa heb ik je nooit veel horen vertellen. Toch vind ik dit ook zo mooi... Na vijf minuten, die eenzame viool die zich als een duif losmaakt van de aardse, sombere tonen, en omhoog vliegt, hemelwaarts, naar het licht, waar eenieder die om vergeving vraagt, vergeving krijgt.

Populaire posts van deze blog

De Cuba

È un sogno la vita (Afscheidsbrief)

Het einde (Verloren voor de wereld)